• Het sportcentrum van de universiteit in Odense (DK) wordt opengesteld voor het brede publiek

Het 'brede sportcentrum'

Sportcentrum als centrale plek

Zeker buiten de stad kan een sportcentrum uitgroeien tot een zeer centrale ontmoetingsplek . We moeten zo een sportsites dus als een echte publieke ruimte beschouwen. De ontwikkeling van zo’n centrale plek laat je niet aan het toeval over. Dan krijg je weinig ruimtelijke kwaliteit en laat je kansen onbenut.

Medegebruik en gedeeld ruimtegebruik zijn belangrijke uitgangspunten om met planners in dialoog te gaan. Dit werkt in twee richtingen. Medegebruik is 'geven en nemen'.

  • Ruimtes die niet voor sport zijn bestemd, worden toch opengesteld voor sport, spel en bewegen.
  • Sportruimtes worden zo breed mogelijk gebruikt, dus ook voor recreatief sporten, speels sporten, speels bewegen en voor allerlei gebruikers.

Vijf principes voor het 'brede sportcentrum'

Voor een 'breed sportcentrum' zijn vijf principes belangrijk:

  • Elk sportcentrum zou een toegankelijk sportterrein moeten hebben in functie van recreatief én speels sporten.
  • Elk sportcentrum zou een speelterrein, tienerzone of ‘bespeelbare’ zone moeten hebben op goed gelegen plaatsen, aansluitend bij de omringende wijken. De grootte van deze terreinen is in verhouding met de omvang van de sportsite.
  • Elk sportcentrum zou een aangename onthaal- of wachtzone moeten hebben, die ook uitdaagt tot beweging en spel.
  • De ruimte tussen de formele sportvelden wordt in principe als publieke ruimte erkend en wordt kwalitatief ontworpen. Het kan noodzakelijk zijn om bepaalde delen tijdelijk af te sluiten (tussen zonsopgang en zonsondergang, bij wedstrijden), maar in essentie blijft de zone tussen de formele sportterreinen publieke ruimte. Echt private zones (die bijvoorbeeld zijn gereserveerd voor sportclubs) blijven zo beperkt mogelijk.
  • Er wordt bewust omgegaan met 'restruimtes'. Dit zijn stukjes terrein die – meestal aan de randen – overblijven nadat de officiële velden zijn ingepast. Soms worden die al informeel gebruikt (bijvoorbeeld als speelbosje, trapveldje, fietsparcours,…). Hou daarmee rekening en integreer dit in de plannen.

Dit zijn uiteraard algemene principes. Geval per geval moet nagegaan worden hoe je dit kan realiseren op de specifieke sportsite. 

Lees meer in de publicatie van Kind & Samenleving i.s.m. Expertisecentrum Buurtsport en ISB vzw: Sport en ruimte in beweging: Sport, buurtsport en bewegen inplannen in publieke ruimte.

Media

Klik op een foto om ze te vergroten

Publicatie van Kind & Samenleving i.s.m. Expertisecentrum Buurtsport en ISB vzw
Sportcentrum Daverlo (Brugge): Een echte ontmoetingsplek voor het stadsdeel