• Verkeren met de wereld

    Gaandeweg worden kinderen zelfstandiger in hun verplaatsingen. Het plezier en de risico's daarvan doen hen omgaan met de wijdere wereld rondom.

Dagelijkse mobiliteit

Kinderen gebruiken de publieke ruimte intensief. Ze maken verplaatsingen naar school en in hun vrije tijd. Maar dat is voor hen meer dan zich verplaatsen van A naar B. Onderweg zijn brengt hen in contact met de wereld en de mensen rondom.

We spraken met kinderen in de overgang van de lagere naar de middelbare school, een periode waarin ze gaandeweg meer autonomie verwerven in hun verplaatsingen.

Een eigen perspectief

Het levert weinig op om de mobiliteitsbeleving van kinderen vanuit een ‘volwassen’ perspectief te bekijken. Als ze vertellen over hun beleving of waardering van hun onderweg zijn, noemen kinderen zelden spontaan volwassen bekommernissen, zoals het belang van beweging of de kostprijs van verplaatsingen. Kinderen hebben een eigen perspectief op hun dagelijkse verplaatsingen.

Verkeren met de wereld

Fietsen, steppen en skaten behoren tot de favoriete verplaatsingswijzen van kinderen. Ze laten veel sociaal contact en contact met de natuur en de buurt toe. Dat is voor kinderen geen neveneffect van die verplaatsing: de sociale waarde van mobiliteit staat voor hen voorop. Voor kinderen uit de lagere school (10-11 jaar) ligt het aantrekkelijke van mobiliteit in de verplaatsingen zelf; voor de wat oudere kinderen (12-13 jaar) wordt de bestemming aantrekkelijk en wordt het verplaatsen op zich wat functioneler.

Op weg zijn met de auto biedt die sociale voordelen veel minder en wordt daarom niet spontaan als ‘leuk’ omschreven. Maar de auto is wel heel comfortabel, zodat het voor veel kinderen toch een vanzelfsprekende oplossing is wanneer het hen goed uitkomt. En dat kan ook, want ouders zijn opvallend makkelijk bereid om hun kinderen met de auto naar hun bestemming te brengen.

Verplaatsingen in de publieke ruimte

Kinderen weten dat het bewegen in de publieke ruimte risico’s meebrengt. Situaties waar kinderen geen greep op hebben, schrikken af. Dat gaat zeker over de gevaren in het verkeer, waar kinderen zich vaak weerloos tegenover voelen. Maar het gaat ook over sociale risico’s, die in de stad een meer concrete invulling krijgen dan elders. Terwijl kinderen bijvoorbeeld een zeer negatief beeld hebben van ‘groepjes tieners’, hebben zij een algemeen basisvertrouwen in de meeste volwassenen. Kinderen ontwikkelen zelf strategieën om met hun angsten om te gaan.

Autonomie met nuances

Het is in hun eigen buurt en op vertrouwde routes dat kinderen die zelfstandigheid eerst verwerven. Hun verplaatsingsautonomie van kinderen is beperkter dan die van volwassenen, maar ze blijken dit niet per se als een beperking te zien: een beetje begeleid worden, helpt hen juist in gaandeweg zelfstandig op weg te kunnen. Ouders spelen daarin een centrale rol. Ze brengen hun kinderen naar het shoppingcentrum en halen hen later weer op, of blijven in contact via de gsm. Die tussenoplossingen stellen zowel ouders als kinderen gerust.